Vanaf het boekjaar 2023 legt het college een verklaring af over de rechtmatigheid van het gemeentelijk handelen. In deze verklaring geeft het college aan of de gemeente Borger-Odoorn heeft gehandeld in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving. Voor het afleggen van deze verklaring moet worden getoetst aan negen verantwoordingscriteria. Zes daarvan hebben betrekking op getrouwheid en worden gecontroleerd door de accountant. De overige drie vallen onder de rechtmatigheidsverantwoording en betreffen:
- het begrotingscriterium ;
- het voorwaardencriterium ;
- het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik .
Toetsing aan deze criteria betekent achtereenvolgens dat:
- wordt beoordeeld of is gehandeld binnen de vastgestelde begroting;
- gelden zijn besteed of ontvangen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving;
- afdoende maatregelen zijn getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen
Verantwoordingsgrens
Tijdens de raadsvergadering van 27 november 2025 zijn de kaders voor de rechtmatigheidsverantwoording vastgesteld. De verantwoordingsgrens is bepaald op 2% van de totale lasten, exclusief dotaties aan de reserves. Daarnaast is een rapporteringsgrens vastgesteld van € 100.000. Dit betekent dat de raad wordt geïnformeerd over fouten en onduidelijkheden die deze grens overschrijden.
Rechtmatigheid | Percentage | Grondslag | Verantwoordingsgrens |
|---|---|---|---|
Fouten & onduidelijkheden | 2% | € 110.337.624 | € 2.206.752 |
*De grondslag is op basis van de jaarrekening 2025.
Voorwaardencriterium
Met betrekking tot het voorwaardencriterium zijn drie posten als onrechtmatig gekwalificeerd. Dit betreft:
Onderdeel | Bedrag |
|---|---|
Niet Europese aanbestede opdracht inzake inkoop PMD-zakken | € 247.383 |
Niet Europees aanbestede diensten inzake omgevingsdienst | € 277.058 |
Niet Europees aanbestede opdracht inzake schulddienstverlening | € 281.800 |
Niet Europese aanbestede opdracht inzake inkoop PMD-zakken
Dit betreft het inkopen van PMD-zakken door een publieke partij waar de gemeente Borger-Odoorn geen onderdeel van uitmaakt en waarin zij ook geen vertegenwoordiging heeft. De afname van PMD-zakken kan daardoor niet worden aangemerkt als een inhouse-situatie.
Daarnaast geldt dat, wanneer de PMD-zakken afzonderlijk worden geleverd en gefactureerd, sprake is van een losse levering van goederen. Deze levering is aanbestedingsplichtig. Aangezien geen aanbestedingsprocedure is gevolgd, is de afname van de PMD-zakken in 2025 onrechtmatig. Komend jaar zal een inbesteding met deze leverancier plaatsvinden, waardoor de onrechtmatigheid in 2026 komt te vervallen.
De werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van de nieuwe Omgevingswet bedragen € 277.058. Omdat hiermee de Europese aanbestedingsgrens voor leveringen en diensten van € 221.000 wordt overschreden, wordt het gespecificeerde bedrag als onrechtmatig aangemerkt. In 2026 wordt een analyse uitgevoerd naar de werkzaamheden in het kader van de Omgevingswet. Daarbij wordt beoordeeld of alsnog een vooraankondiging plaatsvindt of dat de werkzaamheden conform de aanbestedingsregels in de markt worden gezet.
Bij de niet-Europees aanbestede opdracht op het gebied van schulddienstverlening is het drempelbedrag van € 750.000 voor sociale en andere specifieke diensten al in eerdere jaren overschreden. De partij die verantwoordelijk is voor de uitvoering van schuldhulpverlening aan inwoners van de gemeente Borger-Odoorn was in het verleden een verbonden partij. Hierdoor was zij vrijgesteld van de Europese aanbestedingsplicht.
Aangezien deze verbondenheid inmiddels niet meer van toepassing is, wordt de partij nu aangemerkt als marktpartij en geldt de vrijstelling niet langer. In 2026 wordt de organisatie omgevormd tot een stichting. Vervolgens wordt beoordeeld of de dienstverlening rechtmatig kan worden voortgezet via quasi-inbesteding, mits wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Aanbestedingswet.
Begrotingscriterium
Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn.
Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig worden aangemerkt indien zij niet tijdig aan de raad zijn gemeld.
Conform de financiële verordening 2025 worden deze afwijkingen echter als acceptabel beschouwd, mits zij tijdig aan de raad worden gerapporteerd. Deze rapportage vindt plaats bij de vaststelling van de jaarstukken.
In de inleiding op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening zijn een aantal scenario’s beschreven op basis waarvan deze afwijkingen als acceptabel kunnen worden aangemerkt.
Vóór het invoeren van de rechtmatigheidsverantwoording had de accountant de mogelijkheid om niet alle onrechtmatigheden mee te nemen in zijn oordeel. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is deze mogelijkheid vervallen. Ook afwijkingen die wel passen binnen het door de raad vastgestelde beleid, maar die formeel niet zijn vastgelegd in een begrotingswijziging dienen mee te worden genomen in het rechtmatigheidsoordeel.
Er is sprake van een bruto begrotingsonrechtmatigheid van € 1,87 miljoen ten opzichte van Berap II-2025, rekening houdend met de bepalingen uit de nota reserves en voorzieningen. Deze begrotingsonrechtmatigheid past in zijn geheel binnen het door de raad vastgestelde beleid en de kaders zoals opgenomen in de financiële verordening en is daarmee als acceptabel geduid. Voor deze afwijkingen zijn aanvaardbare verklaringen aanwezig, zoals open-einderegelingen, of overschrijdingen waarvoor direct gerelateerde baten aanwezig zijn. Deze afwijkingen blijven formeel onrechtmatig, maar worden als acceptabel aangemerkt.
Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium
Met betrekking tot het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium zijn er geen fouten of onduidelijkheden geconstateerd.
